Yin en Yang


De theorie van Yin en Yang en van de 5 elementen, ook wel de vijf fasen genoemd, vormen de basis van de Chinese geneeskunde die ziekte en gezondheid verklaren. Uitgangspunt van deze theorie is, dat alles voortdurend in beweging is.  Dat geldt voor de cyclus van de seizoenen, het ritme van de dag, maar ook voor het functioneren van de mens.

Door de wisseling van Yin en Yang ontstaat Qi , welke bijvoorbeeld zorgt voor de verandering in de jaargetijden en voor eb en vloed. Zo ook de uitwisseling tussen de natuur en de mens door de invloeden van de jaargetijden op de mens, zoals koude, warmte, vocht, droogte en wind. Al deze natuurkenmerken hebben hun uitwerking op ons en in ons. Ook in onszelf is de wisseling van yin en yang voelbaar: de wisseling tussen inspanning en ontspanning, het opnemen van voedingstoffen en het loslaten van ballaststoffen.

Yin en yang zijn elkaars tegenpolen die bij elkaar horen, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, in elkaar overgaan en elkaar beïnvloeden. Dit alles is een continu proces: het staat nooit stil. Het zijn deze tegengesteld krachten die het leven in het universum mogelijk maken. Yin en yang zijn twee polariteiten die zich overal en altijd manifesteren en waarbinnen alle bewegingen en veranderingen plaatsvinden. Deze bewegingen van energie zijn gelijk aan ‘leven’. Het zijn dus geen statische begrippen, maar een methode om veranderingen te beschrijven zodat er mee gewerkt kan worden.

Als we naar de organen kijken dan zijn de Yin organen, de organen die belangrijke stoffen opslaan. De chinezen zeggen dan dat ze de “zuivere essentie” opslaan. Het zijn de longen, nieren, lever, hart en milt. De yang organen zorgen meer voor de actie, voor het transport. Zij slaan dus niets op. Het zijn de dikke darm, blaas, galblaas, dunne darm en maag. Ieder yin orgaan is gekoppeld aan een yang orgaan. Beide zijn nodig voor een optimale gezondheid.